Geboren te Oudenaarde op 26-08-1933
Grootvader Gustaaf Van Rechem, geboren in Wannegem-Lede (1861) en overleden in Oudenaarde (1936) was een zeer goed leerling van Edgar Tinel, de componist en muziek leraar. Gustaaf was kapelmeester in Kortrijk , waar Guido Gezelle toen kapelaan was. Nadien verhuisde Gustaaf naar Oudenaarde waar hij benoemd werd tot orgelist van de St. Walburgakerk.
Vader Paul Van Rechem (1896-1982) was bankbediende, gaf les aan de muziekacademie van Oudenaarde en was tevens orgelist.
Edgar, genoemd naar Edgar Tinel, zette de traditie verder en volgde een opleiding aan de Oudenaardse muziekacademie, waar hij amper 7 jaar oud, de 2de prijs en een jaar later de 1ste prijs behaalde. Nadien volgde hij pianoles aan het conservatorium van Gent.
Dat hij ook aanleg had voor tekenen bleek toen hij nauwelijks 5-6 jaar oud was en een portret maakte van zijn vader. Vanaf de ouderdom van 6-7 jaar volgde hij avondles aan de academie van Oudenaarde bij o.a. Julien Aelvoet, Edgard Fobert , Michiel Leenknegt en Edmond Van de Vyvere. Hij bleef dit ook tijdens de oorlogsjaren verder doen. Een van de werken die hij in 1943 maakte, bijna 10 jaar oud, was het schilderijtje op paneel met daarop zijn geboortehuis (zie foto). Nadien studeerde hij aan de Gentse academie bij Victor Stuyvaert (houtsnede), Wilfried Sybrands en De Mulder (schilderen) en bij Marie De Keyzer (etsen).
Hij werd benoemd tot leraar “tekenen en plastische opvoeding” aan het Technisch Instituut voor meisjes te Kortrijk en 10 jaar later in Oudenaarde aan het Koninklijk Atheneum en de Middenschool Abraham Hans. Het was voor deze laatste school , in de Aalststraat, dat hij een 6 tal schilderijen op paneel maakte. Deze panelen (1,22x2,44m) stellen landschappen voor uit de omgeving: Etikhove, Horebeke, Zwalm, Kwaremont, Oudenaarde en Zingem. Voor deze school maakte hij ook een beeld van Abraham Hans.
Edgar Van Rechem is vooral een landschapschilder, met een voorkeur voor de Vlaamse Ardennen. Verder vindt men ook figuren, portretten , bloemen, stadszichten enz, als onderwerpen voor zijn werken. In zijn eerste periode tot ongeveer 1968 schilderde hij met penseel, natuurgetrouw en met zachte realistische kleuren. Op een tentoonstelling in 1968 vond een kunstcriticus zijn werk te “braaf” geschilderd. Als reactie hierop maakte Edgar een schilderij met daarop rechts deze criticus als aap afgebeeld (zie foto). Een tweede reactie was dat hij vanaf dat ogenblik enkel nog schilderde met het paletmes. Zijn werken werden ruwer . Rode en oranje kleuren kregen de bovenhand en hij tekende zijn werken met E. Hemcer. Hij noemt dit zijn “rode periode “. In zijn latere werken verschenen andere kleuren en zoals hij zelf zegt: zijn werken werden “rijker en rijper”. Vanaf 2000 tekent hij zijn werken terug met E. Van Rechem. Hij blijft bij het paletmes, maar legt nu meer details in zijn werken. Typisch in veel van zijn werken zijn de lichtspelingen.
In 1969 was hij stichter van de Oudenaardse Kunstkring “Die Cierlycke”. Rond 1994 verliet hij deze kring en richtte de Maarkendalse School op. Hij werd voorzitter maar nam 3-4 jaar later ontslag. Vanaf 2004 werd hij terug lid van “Die Cierlycke”.
In 1969 vondt in Zingem zijn eerste individuele tentoonstelling plaats. Hij stelde verder regelmatig tentoon met “Die Cierlycke” en de Maarkendalse School. Hij nam ook regelmatig deel aan het “Zuidvlaams Kunstsalon” te Oudenaarde-Leupegem en stelde in het buitenland o.a. tentoon in Frankrijk, Nederland en Duitsland. Tijdens een tentoonstelling in Duitsland werden enkele werken van hem aangekocht door een kunstgalerij uit New-York.
Toen de voetbalploeg van Oudenaarde kampioen speelde in 2de Nationale maakte hij van iedere speler een portret.
Naast het schilderen en de muziek, schreef hij ook 3 toneelstukken .