Op 22 april 1951 werd het “Museum voor Folklore en Geschiedenis” in de bovenzaal van het Zottegemse stadhuis geopend. In het tijdsschrift “ Toerisme in Oost-Vlaanderen” n°6 van 1954 beschreef Renaat Van der Linden de “schatten uit het verleden” die in het museum bewaard werden. In één van de zalen belandde hij voor een oude haard, die ook door kunstschilder Marcel Ameel op doek werd vereeuwigd (zie foto).
Renaat Van der Linden beschreef deze hoek als volgt: ...” We belanden er voor een oude haard, waar we uitgenodigd worden tot een gezellige rustpoos. Voor en in de haard is een overvloed van koperen tuig samengebracht. Er zijn voldoende potten en pannen voorhanden om een Bruegheliaanse kermis te vieren. Het kind kan insluimeren in een gans houten wieg, terwijl de moeder kan spinnen of de voet van de handschoenmaakster kan hanteren. De huisklok uit grootvaders tijd tikt niet meer, maar we hoeven niet te vrezen te lang te dralen, want langsheen de wand hangen allerlei toestellen om de haard stemmig te verlichten: de lantaarn, de nachtpit, de petroleumlamp enzovoort....”
Het museum voor Geschiedenis, Oudheidkunde en Folklore verhuisde in 1957 naar het door de gemeente aangekocht noordelijk deel van het Egmontkasteel. Het zuidelijk deel van het kasteel kwam in 1965 in bezit van de gemeente.
Van het Egmontkasteel verhuisde het museum in 1977 naar de bovenverdieping van het kasteel van Breivelde, dat samen met het park in 1971 door Zottegem werd aangekocht. De stad besloot het kasteel te verhuren en sinds 1997 is het Museum voor Folklore ondergebracht in de voormalige pastorie uit 1871, gelegen Grotenbergestraat 162.